Het is geen al te origineel beeld, maar probeer het toch even je in te leven: stel je voor dat jij PacMan bent. Je weet wel, dat gele figuurtje dat door een van de oudste computerspellen door een doolhof rent om punten te eten. Je wordt achtervolgd door vier spookjes en als ze bij je komen ben je dood. Maar als je een grote punt eet, worden de spookjes tijdelijk blauw en kan jij de spookjes eten. Mijn generatie speelde het spel in speelhallen, bij de frietboer, en op de Atari thuis.
Maar laten we nu eens wat vragen stellen over jouw wereld, als PacMan. Zijn de spookjes “echt”? Ben jijzelf “echt”? En wat neem je precies waar van de computer waarin je bestaat? En van de speler die jou bestuurt? Ervaar je dat je bestuurt wordt, of voelt het als een vrije wil?
Arthur Schopenhauer zou je kunnen uitleggen dat de ervaring van een vrije wil allerminst betekent dat je echt een vrije wil hebt. Omgekeerd kan je dan ook concluderen dat hoewel wij donders goed weten dat PacMan geen vrije wil heeft, hij doet immers gewoon wat de speler beslist, PacMan best kan ervaren dat hij een vrije wil heeft. Daarmee hebben we een vrij smalle, maar ook best rationeel houdbare, basis om te stellen dat la condition PacMaine en la condition humaine helemaal niet zoveel verschillen.
Valt daar iets tegenin te brengen? Vanzelfsprekend. PacMan kan niet waarnemen, heeft geen zelfbewustzijn, mist intelligentie. En dat hebben mensen allemaal wel. Maar is dat wel zo? Wie het spel wel eens gespeeld heeft moet toch hebben gezien dat PacMan reageert op zijn omgeving, emoties zoals angst en verdriet toont, en inspeelt op de acties van de spookjes. Dat is behoorlijk menselijk. Ja, maar, dat is de speler! Dat is niet PacMan zelf!
Fair punt. Net zo fair als het punt van Arthur Schopenhauer dat wij mensen niet doen wat we zelf willen, maar slechts handelen naar de onderliggende wereldwil. Je zou kunnen zeggen, de speler. En daarmee wordt het toch een beetje lastiger om te beweren dat PacMan en de mens elkaar enorm ontlopen.
Je zou nu in de verleiding kunnen komen om allerlei parallellen te gaan benoemen. Is de speler in mijn beeld misschien God? En de spookjes, zijn zij de mensvijandige natuur? Leuk en aardig, maar niet zo interessant. Het gaat er niet om een model te verzinnen dat parallellen kan benoemen zonder iets te verklaren of met een nieuwe conclusie te komen.
Nee, ik wil nog een stapje verder zetten. Probeer je eens voor te stellen dat we abstraheren van de speler. PacMan heeft geen weet van een speler, voor PacMan heeft de speler geen relevantie. En ook het bestaan van een computer, van een wereld buiten die computer, van het bestaan van wat wij materie zouden noemen zelfs, heeft PacMan geen weet.
En stel je nu eens voor dat PacMan, op welke manier dan ook, leert programmeren. Het spel PacMan werd oorspronkelijk geschreven op een Z80 processor, een behoorlijk krachtige 8-bits processor. Het spel beschikte in de originele versie over een kleurenscherm, een vrij beperkt intern geheugen en wat aanvullende electronica. Dat betekent dat er restricties zijn aan wat je kan programmeren. Zo zou je het doolhof anders kunnen maken, de spookjes ander gedrag kunnen geven, maar ook een compleet nieuwe wereld kunnen programmeren voor PacMan.
Maar je kan op de hardware die voor PacMan beschikbaar is niet zoiets maken als pakweg Fortnite. Een open wereld vol karakters met ieder een eigen speler, met vele NPC‘s, gebouwen, grondstoffen, bouwmogelijkheden en alles in 3D, dat kan de electronica van PacMan gewoon niet aan.
Let op, wellicht ben je in je denken, al lezende, overgestapt naar denken over een programmeur, een mens, een speler desnoods. Maar wat ik zei was, stel je nu eens voor dat PacMan leert programmeren.
Hoe zou een wereld voor PacMan er uit zien als hij zelf zou kunnen programmeren? Geen idee, want ik weet niet wat PacMan denkt. Maar het gaat me om het concept. Hoe programmeert PacMan? Daar kom ik nog op. Maar voor dit moment is het goed om een aantal zaken vast te stellen:
- Ook als programmeur is PacMan niet almachtig of onbeperkt in zijn mogelijkheden. De hardware waar hij op programmeert, de materiële wereld dus die voor PacMan zelf niet bestaat of niet van reële betekenis is, legt beperkingen op aan wat geprogrammeerd kan worden. Dat wat wij de fysieke wereld noemen is voor PacMan juist de wereld buiten zijn fysieke wereld. Je zou het de metafysica van PacMan kunnen noemen. Onbekend en onbereikbaar voor PacMan maar desalniettemin van fundamentele betekenis voor de mogelijkheden voor PacMan om zijn fysieke wereld te programmeren.
- Hoewel PacMan een vrije wil kan ervaren, heeft hij die niet. Zoals wij een onvrije wil hebben, naar de wijze van Schopenhauer, heeft PacMan een speler, die zijn wil vormt en hem stuurt.
- PacMan begint in een bestaande wereld die hem gegeven is, met een realiteit waarin grondstoffen schaars zijn en spoken zijn leven bedreigen. Hij heeft emoties en intelligentie in die wereld die hij vooral nodig heeft om zijn leven te redden. Het programmeren van die wereld zal onder die omstandigheden vooralsnog bijzaak zijn.
Ik hoop dat dit beeld aanvaardbaar is. Het is mogelijk, en zelfs vrij eenvoudig, om gaten in dit beeld te schieten. Er is inderdaad van alles op aan te merken, maar dat is niet relevant. Ik poneer immers geen stelling, verkondig geen overtuiging en voer geen discussie. Het gaat er niet om of ik gelijk heb, het gaat er om een fundamentele gedachte te verwoorden die ik later zal uitwerken, als ik de vraag beantwoord hoe programmeert PacMan de wereld van PacMan?