Een tijdje geleden begon ik met het schrijven van de serie #klooienmetcomputers voor het blad Accountant (in 2020) en later voor de website www.accountant.nl. Het was vooral een serie rond mijn eigen leerproces, waarin ik nieuwe dingen leerde, maar ook mijn voorliefde voor oude zaken steeds kon ventileren en ontwikkelen. Daarbij heb ik het over de geschiedenis van computers, mede geïnspireerd door de podcast Advent of Computing, over oude besturingssystemen als MS DOS, CP/M en NewDos/80 en oude talen als C, BASIC, Lisp en COBOL. Als het ook maar even kon was mijn streven altijd daadwerkelijk zelf met die systemen te werken en die talen te leren. Er over lezen is mooi, zelf gebruiken is mooier.
Ik heb rond die tijd ook een begin gemaakt met een verzameling van oude computers. Daarbij ook computers waar ik als kind misschien van droomde, maar die ik nu pas voor het eerst echt kon kopen, of die ik cadeau kreeg. Zo had ik enkele jaren geleden mijn eerste Commodore 64 en Atari ST. Prachtige apparaten. Echt prachtig, en alles werkend. Alleen is de verzamelcategorie “prachtig apparaat” nogal lastig. Zeker als je beperkt bent in de ruimte die je hebt. Want waar houdt het op? Als ik op deze manier door zou gaan, dan zou de Apple Lisa er bijvoorbeeld ook nog wel bij mogen. Of, als het toch wild mag, de IBM System/360 is ook een prachtig ding. Past vast wel in de huiskamer. Kortom, dat werkte niet goed.
Dus ik heb de criteria voor mijn verzameling scherper gemaakt, en alles wat er niet in paste er uit gegooid, hoewel met pijn in het hart. Het voordeel is wel dat mijn verzameling hiermee eindig is, en ik weet dus wanneer ik compleet ben. Hooguit valt er dan nog wat te upgraden in kwaliteit, maar niet meer in kwantiteit.
Wat zijn nu de criteria:
- Het moet een elektronische computer of calculator zijn. Die calculator heb ik toegevoegd omdat er grensgevallen zijn.
- Het moet een computer zijn waarmee ik gewerkt heb, ofwel omdat ik er een had, ofwel vanuit werk of opleiding.
- Het apparaat moet werken.
- Het apparaat in mijn verzameling mag behoorlijk ver afwijken van het apparaat dat ik ooit had of gebruikte. Maar ik moet dan wel voor mezelf kunnen uitleggen wat het verband is. Bijvoorbeeld, ik had een Headstart III PC, in mijn verzameling zit nu een Dell laptop. De verwantschap is dat het beide IBM PC compatible machines zijn en dat is voldoende. Wat overigens niet wegneemt dat ik een werkende Headstart III nog héél graag zou hebben.
En alsnog is de verzameling niet helemaal zuiver. Ik heb vijf objecten die echt niet aan deze criteria voldoen, maar die ik er toch in vind passen.

Niet de allereerste schakelaar waarmee computers werden gebouwd, maar toch wel een oudje, de elektronenbuis. De voorloper van de transistor. In computers ben ik deze nooit tegengekomen, maar als kind wel in oude radio’s en tv’s.

Een Z80 en een 8086 CPU. Nieuw gekocht, dus ze zouden moeten werken, maar ik heb ze niet getest. Ze maken deel uit van de verzameling omdat de meeste computers waarmee ik gewerkt heb op deze twee architecturen waren gebaseerd, en het zijn, samen met de ARM, de processors waarop ik geleerd heb te programmeren in assembly en machinetaal.

De ZX Spectrum die ik had als kind was voorzien van een werkelijk vreselijk toetsenbord, een soort rubber mat. Gelukkig kon je die vrij eenvoudig vervangen, en er waren bedrijven die losse toetsenborden verkochten. Ik had een LoProfile toetsenbord. En ja, dat ding hoort in de verzameling, ook al is het dus geen werkende computer, omdat het wel precies de jeugdherinneringen oproept die een nostalgische verzameling zou moeten oproepen.

Deze mini calculator is een randgevalletje. Ik heb een dergelijke rekenmachine niet in mijn bezit gehad en ik heb ook weinig gebruik gemaakt van dit soort rekenmachines. Maar het was een afscheidscadeautje van Marisa Hut en Stevie Mols toen ik vertrok bij Baker Tilly, en dat op zich is reden genoeg om dit apparaatje in de verzameling te houden.