3. Accountantskantoren en accountantsorganisaties RV


Tussen ambacht en vergunning

De accountancy kent een gelaagd beroepslandschap, waarin juridische definities en maatschappelijke praktijk elkaar maar deels overlappen. Waar de publieke aandacht zich vaak richt op de OOB-accountantsorganisaties – gereguleerd tot in detail, onder intensief toezicht van de AFM en in het middelpunt van maatschappelijk debat – bevindt zich daaronder een veel grotere, maar minder zichtbare laag van kantoren en organisaties. Zij vormen de ruggengraat van de mkb-dienstverlening, maar opereren in een spanningsveld waarin ambacht, regelgeving en schaal uiteenlopen.

Een gelaagd beroepslandschap

Wie spreekt over “de accountancy” bedoelt zelden exact hetzelfde. Er zijn natuurlijke personen die de titel accountant voeren (RA of AA), er zijn kantoren waarin accountants werken zonder dat de organisatie onder het Wta-regime valt, er zijn accountantsorganisaties mét een vergunning op grond van de Wta, en daarbinnen een kleine groep met een aanvullende OOB-vergunning. Die laatste groep is overigens klein in aantallen kantoren, maar behoorlijk groot in aantallen accountants, klanten, omzet, of welke grootheid je ook wil hanteren.

De Wta maakt onderscheid naar bevoegdheid en opdrachtsoort, maar de praktijk is diffuser: ook zonder Wta-vergunning verrichten accountants waardevol werk, vaak met een hoge mate van maatschappelijke relevantie en voor altijd in minstens enige mate gereglementeerd simpelweg omdat het accountantsberoep zelf gereglementeerd is.

De spanning tussen beroep en organisatie, tussen natuurlijke persoon en rechtspersoon, tussen ambacht en vergunning, vormt de context waarbinnen compliance in deze sector betekenis krijgt.

Juridische en toezichthoudende kaders

De Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) definieert een “accountantsorganisatie” als een onderneming of instelling die bedrijfsmatig wettelijke controles verricht, dan wel een organisatie waarin zodanige ondernemingen of instellingen met elkaar zijn verbonden (art. 1 lid 1 sub a Wta). Voor het verrichten van dergelijke controles is een vergunning vereist (art. 5 lid 1 Wta). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de naleving van de Wta, met een onderscheid tussen reguliere vergunninghouders en OOB-vergunninghouders (voor organisaties die wettelijke controles uitvoeren bij organisaties van openbaar belang).

Niet elk kantoor waarin accountants werken is dus automatisch een accountantsorganisatie in de zin van de Wta. Veel kantoren beperken zich tot samenstelwerkzaamheden, fiscale advisering of overige assurance-opdrachten waarvoor geen wettelijke controle vereist is. Zij vallen dan wél onder de gedrags- en beroepsregels voor accountants, maar niet onder het vergunningsstelsel van de Wta.

Tenslotte bestaan natuurlijk nog organisaties die nauw verwant zijn, zoals boekhoudkantoren, fiscaal adviseurs, en dergelijke. Deze vallen buiten de scope van dit verhaal.

Functionele rolverdeling binnen het beroep

De formele grenzen tussen vergunninghouders en niet-vergunninghouders zijn duidelijk, maar de praktijk is minder scherp begrensd. Veel mkb-kantoren verrichten werkzaamheden die maatschappelijk van belang zijn – denk aan controleopdrachten op basis van subsidievoorwaarden, assurance bij prognoses of beoordelingsverklaringen bij kredietaanvragen – zonder dat daar een wettelijke controletaak in de zin van de Wta aan ten grondslag ligt. Daarmee is het publieke belang niet afwezig, maar anders gepositioneerd. Sterker, zeker een deel van deze werkzaamheden betreft géén wettelijke controles volgens de Wta, maar betreft wel degelijk controles die bij wet zijn geregeld. In principe maakt dat voor accountants niet uit, de aanpak van een controle wordt immers altijd geregeld in de NV COS, los van de exacte wettelijke status van de controle. Om het allemaal nog wat complexer te maken heeft de wetgever het dan weer wel zo geregeld dat alleen RA’s in de praktijk bevoegd zijn tot alle controles, en AA’s nooit tot de controle van OOB’s en afhankelijk van hun opleiding al dan niet tot de controle van andere wettelijke controles volgens de Wta.

Binnen het stelsel van publieke waarde en kwaliteitsborging vervult deze laag van de markt een fundamentele rol die dus altijd in enige mate gereguleerd is. De vraag vanuit de compliancefunctie is dan ook niet alleen wie vergunningplichtig is, maar breder wie welke verantwoordelijkheid draagt – en onder welk kader dat valt.

Eén markt, veel smaken

Wat deze groep kenmerkt, is niet uniformiteit, maar variatie. Van eenmanspraktijken tot kantoren met honderden medewerkers, van lokale accountants met AA-titel zonder certificerende bevoegdheid tot internationaal gelieerde adviesorganisaties met gespecialiseerde afdelingen voor audit, IT en fiscaliteit – ze vallen allemaal binnen deze laag.

Wel bedienen zij vrijwel zonder uitzondering het mkb-segment. De klanten zijn kleine en middelgrote ondernemingen, familiebedrijven, stichtingen, verenigingen, not-for-profits, overheden en zzp’ers. En zelfs de kantoren die onderdeel uitmaken van een internationaal netwerk, functioneren in Nederland veelal als zelfstandig opererende nationale eenheden. Overigens is met de intrede van private equity in deze markt een consolidatieslag gaande die lijkt te gaan in de richting van Europese kantoren, dus alles wat vandaag waar is kan morgen weer anders zijn.

In deze markt zien we ook een veelheid aan aanbieders en belangenorganisaties die zich richten op de ondersteuning van accountantskantoren en -organisaties. Te denken valt dan aan organisaties als de SRA, Novak, Auxilium, Kriton, etcetera. Hoewel deze organisaties verschillen, hebben ze als overkoepelende kenmerk dat ze het schaalnadeel van kleine organisaties deels opheffen.

Het is een praktijk die zich kenmerkt door nabijheid, pragmatisme en een sterke verwevenheid met de ondernemerscultuur. Maar daarmee ontstaat ook een specifieke set aan risico’s – én aan eisen voor een passende invulling van compliance.


MKB-accountants: ruggengraat van het beroep

In het maatschappelijke en politieke debat over het accountantsberoep verschuift de blik vaak naar de grote vergunninghouders, met name de organisaties die wettelijke controles verrichten bij organisaties van openbaar belang. De regelgeving is op hen toegesneden, het toezicht op hen is intensief, en incidenten bij deze partijen domineren de krantenkoppen. Maar wie zich verdiept in het beroep zelf, ziet al snel dat de werkelijkheid anders ligt. Niet de uitzondering, maar de regel bepaalt het gezicht van de accountancy: het zijn de mkb-accountants die het fundament van het beroep vormen.

De mkb-praktijk als dominante beroepsrealiteit

Een groot deel van de openbaar accountants werkt bij of voor organisaties zonder OOB-vergunning. De zes OOB-vergunninghouders bedienen samen minder dan de helft van alle wettelijke controles in Nederland. De openbaar accountants buiten de zes OOB-vergunninghouders verrichten hun werk in een breed en gevarieerd veld van mkb-kantoren, al dan niet met Wta-vergunning.

Toch is dit segment nauwelijks zichtbaar in de beeldvorming rond het beroep. In de publieke opinie – en soms ook binnen beleid en toezicht – wordt “de accountant” nog vaak vereenzelvigd met de controleur van beursgenoteerde ondernemingen, een segment dat zelfs bij de OOB-vergunninghouders maar een beperkt deel van de activiteiten beslaat. Het overgrote deel van de openbaar accountants houdt zich bezig met mkb-ondernemingen, familiebedrijven, stichtingen, verenigingen en lagere overheden. De werkelijkheid van het beroep is breder en dichter op de samenleving dan vaak wordt aangenomen.

Typen opdrachten en opdrachtgevers

De opdrachten die deze accountants uitvoeren zijn divers, maar hebben vrijwel altijd één gemeenschappelijk kenmerk: ze zijn bedoeld om de klant te helpen in zijn functioneren, zijn verantwoording of zijn continuïteit. Nota bene, “verantwoording” is hier niet de zo vaak gemaakte taalfout waar “verantwoordelijkheid” bedoeld is, maar betreft echt de verantwoording die klanten afleggen aan specifieke derden of aan het maatschappelijk verkeer in algemene zin.

Dat betreft natuurlijk het klassieke samenstelwerk, maar net zo goed vrijwillige of wettelijke controles van jaarrekeningen, beoordelingsopdrachten, assurance-opdrachten op zaken als subsidieverklaringen, prognoses en bredere adviesdiensten rondom financiering of bedrijfsvoering.

De opdrachtgevers zijn even divers zoals hiervoor al benoemd. In veel gevallen gaat het om langdurige relaties, gebouwd op wederzijds vertrouwen en contextkennis. De accountant kent zijn klant – en vaak ook diens geschiedenis, familieverhoudingen en kwetsbaarheden.

Nabijheid, vakmanschap en generalisme

In de mkb-praktijk komt het vakmanschap van de accountant tot uiting in de breedte van zijn blikveld. Anders dan in specialistische OOB-teams moet de mkb-accountant schakelen tussen vaktechniek, klantrelatie, bedrijfsadvies, en ethisch besef, vaak op dezelfde dag.

Veel mkb-accountants zijn bovendien zelf mkb-ondernemer. Zij herkennen de spanningen van het ondernemerschap, spreken dezelfde taal als hun klanten, en zijn vertrouwd met de dagelijkse realiteit van personeel, liquiditeit en wetgeving die telkens verandert.

Die nabijheid maakt het vak niet makkelijker, maar juist complexer. Want naast de vertrouwensband en de oplossingsgerichte houding blijft er altijd de rol van poortwachter, kritische vrager en hoeder van onafhankelijkheid. Juist binnen deze complexiteit krijgt het begrip vakmanschap betekenis.

Positionering binnen het publieke en private domein

Hoewel de mkb-praktijk niet valt onder de zwaardere eisen van OOB-vergunninghouders, is zij nadrukkelijk géén vrijblijvende private dienstverlening. Wettelijke controles vallen onder de eisen van de Wta voor Reguliere Vergunninghouders, maar ook daarbuiten is het niet vrijblijvend. Het beroep van accountant is immers wettelijk beschermd; de titels RA en AA mogen alleen gevoerd worden na een stevige theoretische en praktische opleiding, het afleggen van een beroepseed en registratie. Vanaf dat moment is de accountant onderworpen aan de verordeningen van de beroepsorganisatie, de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) die is ingesteld als openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet, en aan het tuchtrecht op het handelen van accountants, wettelijk geregeld in de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra).

Dit alles maakt dat ook de mkb-accountant functioneert in het spanningsveld tussen markt en maatschappij, tussen dienstbaarheid aan de klant en verantwoordelijkheid voor het publieke belang.


MKB-dienstverlening in de breedte

Wie het mkb-accountantskantoor alleen associeert met jaarrekeningen, mist het bredere perspectief. In werkelijkheid is het mkb-kantoor veel vaker een multidisciplinaire praktijk, waarin verschillende specialismen samenkomen rond één cliëntgroep: vaak de mkb-ondernemer en diens onderneming. De accountant is daarin niet zelden het eerste aanspreekpunt, maar zelden de enige professional.

Het onderscheid tussen ondernemer en onderneming is bij het grootbedrijf van een totaal andere orde dan in het mkb. Waar bestuurders van beursfondsen zichzelf wel graag presenteren als ondernemer, zijn zij werknemer als ieder ander. De onderneming wordt daar gedreven door een rechtspersoon, vaak een NV, en een echte ondernemer is er dus niet. In de wereld van het mkb is die situatie meestal totaal anders. Niet zelden is sprake van slechts één of enkele aandeelhouders die tevens de directie voeren, de directeur-grootaandeelhouder of dga. Ook hier is sprake van een onderneming die veelal wordt gedreven door een rechtspersoon, vaak een BV, maar nu is ook sprake van een ondernemer, de dga.

De ondernemer in het mkb zou prima kunnen ondernemen zonder BV, bijvoorbeeld in de vorm van een eenmanszaak, een vennootschap onder firma, of een maatschap. Door te ondernemen via een BV wordt tenminste een deel van het ondernemersrisico weggehaald bij de ondernemer en afgewenteld op de maatschappij. Het is precies hierom dat de BV wel een wettelijke verantwoordingsplicht heeft richting diezelfde maatschappij, en bij een bepaalde omvang ook een controleplicht.

Voor de mkb-accountant betekent het bestaan van ondernemers en ondernemingen dat verschillende behoeftes bestaan. De ondernemer valt bijvoorbeeld onder de inkomstenbelasting (IB), heeft persoonlijke belangen en wellicht familie om rekening mee te houden, terwijl de onderneming, althans de rechtspersoon waarbinnen de onderneming wordt gedreven, zal onder de vennootschapsbelasting (VpB) vallen en deze zal een zekere mate van verantwoordingsplicht hebben naar de maatschappij.

De kern van de dienstverlening

Die dubbele gerichtheid, op de ondernemer en op diens onderneming, weerspiegelt in de breedte van de dienstverlening van mkb-accountants. De basis van het werk van mkb-accountants ligt in financiële verantwoording en controle: het samenstellen van jaarrekeningen, het uitvoeren van beoordelingsopdrachten en wettelijke of vrijwillige controles. Daarnaast behoren fiscale aangiften, salarisverwerking, verklaringen subsidies, het opstellen van prognoses en bredere advisering tot het standaardpakket.

Veel van deze opdrachten raken direct aan verantwoordingsrelaties: richting banken, subsidieverstrekkers, aandeelhouders, leden, of toezichthouders. Ook zonder wettelijke verplichting is het vaak de accountant die gevraagd wordt om zekerheid te geven, expliciet in een verklaring, of impliciet door diens betrokkenheid.

De accountant is daarmee niet alleen uitvoerder van een opdracht, maar structurele gesprekspartner in het functioneren van de organisatie.

Multidisciplinaire praktijk: het kantoor als ecosysteem

Vrijwel geen mkb-accountant werkt solistisch. De meeste mkb-kantoren brengen meerdere disciplines samen in één organisatie of in een nauw samenwerkend netwerk.

Zo goed als altijd zijn er samenstellers en controleurs, beide accountants, met een duidelijke interne rolverdeling. Vrijwel altijd zijn er ook fiscalisten, voor het verzorgen van aangiften en het geven van fiscaal advies. In veel gevallen zijn ook salarisprofessionals betrokken, evenals HRM-adviseurs, juristen of juridisch geschoolde medewerkers.

Daarnaast zijn er kantoren die beschikken over of samenwerken met specialisten op het gebied van IT-audit, business valuation, corporate finance, of duurzaamheid. In enkele gevallen wordt ook samengewerkt met advocaten of notarissen, hoewel dit gezien het verschil in beroepsnormering eerder een grote uitzondering is.

De praktijk is daarmee breder dan het beroep, en dat stelt ook andere eisen aan interne organisatie, kwaliteitsborging en compliance.

Samenwerking, schaal en specialisatie

De keuze voor multidisciplinaire samenwerking komt niet alleen voort uit efficiency, maar ook uit noodzaak. De breedte van klantvragen vereist een breder antwoord dan de accountant alleen kan geven. Klanten verwachten advies over fiscale optimalisatie, juridische structuren, financieringsvragen en personeelsproblematiek en zij willen daarbij één vertrouwd aanspreekpunt.

Mkb-kantoren lossen dit op door schaalvergroting, netwerkvorming of samenwerking met zelfstandige specialisten. Soms is de samenwerking intern en hiërarchisch; soms horizontaal en contractueel; soms informeel en situationeel.

Die breedte stelt eisen aan rolverdeling, specialisatie en kwaliteitsbeheer. Want hoe zorg je dat de generalistische kern van het accountantsvak overeind blijft, terwijl je specialistische kwaliteit levert op aanpalende terreinen?

Compliance in de breedte: objectiviteit en onafhankelijkheid onder druk

De multidisciplinaire praktijk levert waarde, maar ook spanningen. De accountant is bij assurance-opdrachten gehouden aan strikte onafhankelijkheid, en bij overige opdrachten aan objectiviteit. Die eisen zijn verankerd in beroepsregels, toezicht en toetsing. Maar de collega-fiscalist is gehouden het cliëntbelang te dienen binnen de kaders van eigen beroepsregels, de HR-adviseur fungeert als sparringpartner van de werkgever, en de corporate finance adviseur wil dat een transactie doorgaat.

Zelfs wanneer ieder zijn rol professioneel en zorgvuldig invult, wringt het systeem. De normenkaders van verschillende beroepsgroepen lopen uiteen. Sommige kennen tuchtrecht, andere niet. Sommige zijn gericht op partijdigheid, andere op onafhankelijkheid. En alleen de accountant is strikt gehouden te werken voor het algemeen belang.

Juist in dit krachtenveld krijgt compliance een structuurverantwoordelijkheid: het moet zichtbaar maken waar de risico’s zitten, rollen scheiden waar dat nodig is, procedures inrichten om belangenverstrengeling te voorkomen, en de accountant in staat stellen zijn beroepsethiek te blijven volgen, ook binnen een breed samengesteld team.

Instrumenteel betekent dat: duidelijke taakafbakening, dossiervorming die toetsing mogelijk maakt, en consultatie bij normtwijfel. Normatief betekent het: het blijven benoemen van de unieke positie van de accountant in het publieke domein, ook als anderen om hem heen een andere rolopvatting hebben.


MKB-kantoren als knooppunten van expertise

De mkb-accountantspraktijk is geen verzameling van losse beroepsbeoefenaars, maar een georganiseerde structuur waarin kennis wordt gedeeld, toegepast en bewaakt. Het moderne mkb-kantoor fungeert als knooppunt: een centrum van uiteenlopende expertises, intern én extern verbonden, ten dienste van klant, vak en maatschappij.

De organisatievormen van mkb-kantoren

De juridische en organisatorische verschijningsvormen van mkb-kantoren zijn divers. Er zijn eenmanszaken, veelal gericht op samenstelwerkzaamheden, er zijn maatschappen en besloten vennootschappen waarin accountants samenwerken, en er zijn kantoren die deel uitmaken van grotere netwerken of coöperaties. Sommige organisaties hebben een duidelijke hiërarchie en taakverdeling, andere zijn platter georganiseerd.

Intern is de structuur doorgaans afgestemd op het type opdrachten en de vereiste kwaliteitsborging. Een kantoor kan beschikken over aparte samenstelafdelingen en controleteams, over vaktechnische bureaus, compliancefuncties, interne opleiders of thematische kennisteams. De aanwezigheid van specialisten in loondienst of in vaste samenwerking is eerder regel dan uitzondering.

De infrastructuur van vaktechniek en kwaliteit

Kennis binnen het kantoor is niet alleen persoonlijk, maar ook structureel georganiseerd. Vaktechniek is een integraal onderdeel van de dienstverlening, niet alleen voor accountants, maar ook voor andere disciplines. Fiscalisten werken met eigen interpretatiekaders, jurisprudentie en vaktechnische ondersteuning via RB of NOB. Salarisprofessionals volgen richtlijnen van het NIRPA. Juristen, valuators, corporate finance-specialisten en IT-auditors hanteren elk hun eigen standaarden, uitgangspunten en beroepsattitudes.

Voor accountants is de vaktechnische infrastructuur deels formeel verplicht: de NVKS vereist het borgen van kwaliteit en objectiviteit bij alle werkzaamheden die onder een opdracht vallen. Maar ook in de fiscale, juridische en HR-praktijk bestaan gedeelde overlegstructuren, werkprogramma’s, interne reviews en kennisplatforms. De effectiviteit van een multidisciplinair kantoor hangt mede af van de mate waarin deze structuren op elkaar zijn afgestemd; niet om tot één norm te komen, maar om wrijving en ruis te voorkomen.

Samenwerking buiten het eigen kantoor

Mkb-kantoren staan zelden op zichzelf. Veel organisaties zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden of netwerken die diensten leveren op het gebied van kwaliteitsondersteuning, vaktechniek, dossiervorming, ICT of compliance. Voorbeelden als de SRA zijn hiervoor al genoemd. Daarnaast zijn er franchiseconstructies, coöperaties of contractuele netwerken met gedeelde werkmethoden en centrale ondersteuning.

Internationale netwerken spelen eveneens een rol, vooral bij klanten met grensoverschrijdende activiteiten. Maar samenwerking is er ook op kleinschaliger niveau: een accountantskantoor dat samenwerkt met een externe fiscalist, een jurist of een IT-specialist. Deze relaties kunnen informeel of structureel zijn, maar zijn vrijwel altijd gebaseerd op wederzijds vertrouwen en aanvullende expertise.

In die zin functioneren mkb-kantoren niet alleen als uitvoerder, maar ook als regisseur van een bredere professionele omgeving.

Vertrouwen als netwerkvaluta

In een multidisciplinaire omgeving zijn procedures belangrijk, maar vertrouwen is bepalend. Of het nu gaat om interne samenwerking, doorverwijzing naar externe specialisten, of het inschakelen van vaktechnische ondersteuning: de kwaliteit van het werk berust mede op de betrouwbaarheid van de mensen die betrokken zijn.

Dit vertrouwen is deels institutioneel, gebaseerd op diploma’s, beroepsregels en registraties, maar ook relationeel: geworteld in ervaring, reputatie en bekendheid. In mkb-kantoren worden dagelijks beslissingen genomen op basis van inschatting en overleg, minder op basis van formele instructielijnen.

Juist daarom vraagt compliance hier om een scherp oog voor de niet-geformaliseerde kant van samenwerking. Het gaat niet alleen om regels en formats, maar ook om cultuur, vakmanschap en de bereidheid om grenzen te bewaken, ook als die buiten het eigen domein liggen.


NVKS: de standaard die niemand leest

Vrijwel elke accountant kent de afkorting, maar NVKS is niet een standaard die vooraan in het geheugen zal liggen bij de meeste accountants. Toch is het een van de belangrijkste kwaliteitsstandaarden binnen het mkb. Al was het maar omdat deze ook geldt voor niet-assurancewerkzaamheden en zelfs tot op zekere hoogte voor niet-accountantswerkzaamheden.

De NVKS in het kort

De Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) zijn in 2018 van kracht geworden en verplicht voor alle accountants die beroepsmatig opdrachten uitvoeren. De standaard geldt niet voor wettelijke controles onder de Wta, maar voor elke andere opdracht die onder verantwoordelijkheid van een accountant wordt aanvaard alsmede iedere zogeheten “NVKS-opdracht”. Dit omvat onder andere samenstellen, beoordelen, adviseren en het afgeven van verklaringen. Maar ook “gelijkwaardige opdrachten uitgevoerd door een eindverantwoordelijke professional onder toepassing van andere regelgeving dan de NV COS” (Art. 1 NVKS)

De NVKS stelt eisen aan het kwaliteitssysteem van het kantoor. Dit betreft onder meer het aanwijzen van een eindverantwoordelijk professional per opdracht, die dient te voldoen aan normen vergelijkbaar met de normen die voor accountants gelden. Dit betreft opleidingsniveau, regels vergelijkbaar met NV COS en een beroepscode vergelijkbaar met VGBA en ViO.

Deze eisen gelden ongeacht de omvang van het kantoor, de aard van de opdracht of het soort klant. Dat maakt de norm helder in zijn uitgangspunten, maar in de praktijk soms lastig waar het niet-accountants betreft.

Zo stelt NVKS de eis, kort gesteld, dat een accountantskantoor of -organisatie in meerderheid door accountants wordt bestuurd, óók als accountants een minderheid van de organisatie uitmaken. Dan is er nog het op het oog vreemde gegeven dat de beroepsorganisatie van accountants, NBA, zich permitteert normen te stellen voor professionals die geen accountant zijn terwijl ze daar geen wettelijke bevoegdheid toe heeft. Waarom zou een fiscalist bijvoorbeeld zich iets van NVKS aantrekken?

Het antwoord op die vraag is een vorm die de NBA al heel lang toepast: niet de fiscalist in dit voorbeeld valt onder de NVKS-norm, maar de accountant mag simpelweg niet samenwerken met professionals die niet voldoen aan de NVKS-norm. Het is een vorm die we ook kennen uit de ViO: als een collega van de controlerend accountant de onafhankelijkheid doorkruist is het niet die collega die de opdracht moet neerleggen, maar de controlerend accountant.

In deze context worden kantoren de facto gedwongen zelf te bewaken dat de professionals die niet onder het bereik van de NBA vallen zich toch aan de door de NBA gestelde normen houden.

Eén standaard, vele praktijken

In de dagelijkse praktijk wordt de NVKS op uiteenlopende manieren toegepast. Kantoren met voldoende schaal en interne structuur bouwen formele systemen van kwaliteitsbeheersing, met procedures, beoordelaars, vastlegging en monitoring. Kleinere kantoren zoeken vaker naar werkbare oplossingen, waarbij functiescheiding bijvoorbeeld via inhuur of samenwerking met collega’s wordt gerealiseerd. Wie een Wta-vergunning heeft, heeft het makkelijk. Door aan de Wta te voldoen en deze normen door te trekken naar de gehele praktijk, wordt al snel voldaan aan NVKS.

NVKS als kader voor samenwerking

Juist in multidisciplinaire kantoren, waar verschillende beroepsgroepen samenwerken, biedt NVKS een bruikbaar referentiekader. De standaard nodigt uit tot het expliciet maken van rollen, verantwoordelijkheden en toetsmomenten. Wie is eindverantwoordelijk? Wie voert uit? Wie beoordeelt? En hoe worden tegenstrijdige belangen voorkomen?

Als fiscalisten, HR-adviseurs, IT-specialisten of juristen betrokken zijn bij de dienstverlening, kan NVKS helpen om de positie van iedere professional helder af te bakenen.

In die zin is NVKS meer dan een normatief kader. Het is een werkmodel dat, mits doordacht toegepast, bijdraagt aan rolzuiverheid, onderling begrip en het voorkomen van integriteitsrisico’s. Dat geldt ook wanneer die risico’s zich buiten het directe domein van de accountant voordoen. Voorwaarde is wel dat de organisatie een kwaliteitsstelsel handhaaft voor de gehele praktijk. Dat stelsel moet voldoen aan de normen die voor accountants, ook zonder NVKS, al gelden.


Gedeelde waarden, gescheiden werelden

In de samenwerking tussen professionals binnen mkb-kantoren lijkt de gedeelde ambitie vanzelfsprekend: zorgvuldig handelen, betrouwbare informatie opleveren en het belang van de klant centraal stellen. Die gedeelde waarden vormen de basis voor onderling vertrouwen, maar verhullen soms de dieperliggende verschillen in normkaders en formele verantwoordelijkheden. En het risico bestaat dat dat andere belang, het maatschappelijke belang, tussen wal en schip raakt.

Juist in multidisciplinaire praktijken, waar de accountant samenwerkt met fiscalisten, HR-adviseurs, juristen, IT-auditors of valuators, worden die verschillen zichtbaar, of juist onzichtbaar, maar niet minder relevant.

Waarden die verbinden, regels die scheiden

De meeste beroepsgroepen kennen integriteit, deskundigheid en zorgvuldigheid als kernwaarden. Toch zijn de manieren waarop die waarden institutioneel zijn verankerd zeer verschillend.

Accountants vallen onder wettelijk geregeld tuchtrecht, onder een openbaar lichaam, met normen die zijn vastgelegd in regelgeving en toetsbare standaarden. Voor andere beroepsgroepen, zoals fiscalisten of valuators, geldt doorgaans zelfregulering binnen de beroepsvereniging. Voor advocaten en sommige juristen is partijdigheid juist een beroepsdeugd, terwijl de accountant gebonden is aan objectiviteit en soms onafhankelijkheid.

Dat betekent niet dat de ene professie minder gewetensvol zou zijn dan de andere, maar wel dat de manier waarop verantwoordelijkheid wordt georganiseerd verschilt. In de dagelijkse praktijk wordt die asymmetrie zelden uitgesproken, maar zij is er wel degelijk.

Professionele samenwerking vraagt normbesef

Als binnen één kantoor of netwerk wordt samengewerkt door professionals met uiteenlopende kaders, ontstaat spanning tussen de gelijkwaardigheid van de persoon en de ongelijkwaardigheid van de regels. Niet iedereen is toetsbaar in gelijke mate en niet elke gedraging is extern toetsbaar.

Juist daarom is het belangrijk dat binnen die samenwerking expliciet wordt besproken wat ieder mag verwachten, waar verantwoordelijkheden beginnen en eindigen, en hoe wordt omgegaan met verschillen in normenkaders. Dat vraagt niet alleen structuren, maar vooral bewustzijn.

Compliance vervult hierin een verbindende rol: niet door alle regels gelijk te trekken, maar door ze zichtbaar te maken en de samenwerking daarop in te richten. Want gedeelde waarden vormen een kracht, maar alleen als ze ook onder uiteenlopende regels standhouden.


De stille dragers van het publieke belang

Het werk van accountants in de mkb-praktijk speelt zich af op het snijvlak van financiële verantwoording en maatschappelijke verwachting. In veel gevallen zijn zij niet alleen dienstverleners, maar ook informele poortwachters. Hun verklaringen en rapportages vormen een impliciet signaal naar banken, subsidieverstrekkers, toezichthouders en interne belanghebbenden. Dat geldt niet alleen voor assurance-opdrachten, maar ook voor samenstel-opdrachten, beoordelingen en verklaringen bij prognoses of specifieke vragen.

Normen zonder etalage

Deze verantwoordelijkheid is niet gebaseerd op nadrukkelijke publieke erkenning of externe zichtbaarheid. De meeste mkb-accountants voeren hun werk uit zonder ophef of reputatiemanagement, maar wél onder een normatief kader dat stevig is verankerd. Titelbescherming, tuchtrecht en beroepsregels vormen de achtergrond van hun werk, maar bepalen zelden het beeld dat anderen van hen hebben, of dat zij van zichzelf uitdragen.

Publieke waarde in de werkrelatie

De publieke betekenis van deze beroepsgroep komt tot uiting in de praktijk zelf: in het volhouden van professionele standaarden, het benoemen van risico’s, het begrenzen van verwachtingen en het zorgvuldig formuleren van oordelen.

Dat gebeurt niet in beleidsnota’s of op publieke podia, maar in het gesprek met de klant, in het dossier, en in het bewaken van de eigen beroepshouding, óók als dat ongemak oplevert. Juist daar wordt publieke waarde toegevoegd, stil en functioneel, zonder dat het als zodanig benoemd hoeft te worden.


Compliance als spookfunctie?

In veel beroepsgroepen buiten de accountancy ontbreekt de verplichting om een compliancefunctie in te richten of is deze beperkt tot specifieke wetten als de WWFT of de AVG. Er zijn wel beroepsnormen, soms zelfs tuchtrecht of kwaliteitsstelsels, maar zelden is er een expliciete rol belegd voor het bewaken van naleving, toetsbaarheid of onafhankelijke structuurvorming.

Toch bestaat de behoefte aan normbewaking wel degelijk, zeker wanneer de praktijk complexer wordt en samenwerkingsverbanden multidisciplinair zijn. De compliancefunctie lijkt dan aanwezig, maar onzichtbaar. Niet benoemd, niet belegd, en daarmee niet aanspreekbaar.

De afwezigheid van een benoemde functie

Zonder formele verplichting tot compliance ontbreekt vaak ook de expliciete inrichting ervan. In veel fiscale, juridische of personele praktijken wordt naleving geacht vanzelf te spreken. Dat wil niet zeggen dat professionals hun werk zonder normbesef doen, maar wel dat er geen aparte structuur is waarin risico’s, integriteit of kwaliteit systematisch worden gevolgd.

Als compliance al bestaat, is het meestal impliciet aanwezig. De verantwoordelijkheid ligt bij vennoten, partners, leidinggevenden, of soms bij niemand in het bijzonder. In die context is compliance geen functie, maar een verwachting.

De accountant als bron van compliance-infrastructuur

Binnen accountantsorganisaties is de situatie anders. Door de beroepsvereisten, de toezichtskaders en het stelsel van normen, is er vrijwel altijd sprake van een formele complianceverantwoordelijkheid. Die functie is zichtbaar, benoemd en doorgaans gekoppeld aan structuur: procedures, registraties, toetsmomenten.

In veel mkb-kantoren is deze functie ontstaan om te voldoen aan eisen zoals de NVKS, de ViO of het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing op grond van de Wta. Maar doordat deze kantoren vaak multidisciplinair opereren, raakt de compliancefunctie ook andere beroepsgroepen. En daar ontstaat spanning.

Want wie stelt dan de norm? De accountant met zijn toetsbare kaders? Of de jurist of fiscalist die werkt vanuit een andere beroepsopvatting? En wat als een risico niet voortkomt uit het handelen van de accountant, maar wel raakt aan diens verantwoordelijkheid?

De noodzaak van benoemde verantwoordelijkheid

Samenwerking in professionele context vraagt om duidelijkheid over normen en verantwoordelijkheden. Niet om alles gelijk te trekken, maar om herkenbaar te maken wie waarop aanspreekbaar is.

Compliance hoeft geen universele functie te zijn, maar moet wel expliciet aanwezig zijn waar verschillende beroepsopvattingen samenkomen. Want waar verantwoordelijkheid niet benoemd is, ontstaat ruimte voor ruis, vrijblijvendheid of stilzwijgen.

In die zin is compliance geen luxe, maar een noodzakelijke structuur in een praktijk waarin het publieke belang niet exclusief, maar wel kwetsbaar is. Zolang niemand die verantwoordelijkheid draagt, blijft compliance een spookfunctie: onmisbaar, maar nergens thuis.

Terug naar de inhoudsopgave

Klik hier voor de inhoudsopgave

Reacties

Eén reactie op “3. Accountantskantoren en accountantsorganisaties RV”

  1. Compliance in accountancy – My Essay Avatar

    […] Accountantskantoren en accountantsorganisaties RV […]

    Like