Zeven dagen drinken, eeuwig vechten

Demonstratie tegen kruisraketten

Op 21 november 1981 liep ik, toen net 12, mee in de grote demonstratie tegen de plaatsing van kernwapens, in de vorm van kruisraketten, op de luchmachtbasis in Woensdrecht. Ik kwam uit een nogal links pacifistisch gezin, waarvan de ouders PSP en PPR stemden, partijen die later zouden opgaan in GroenLinks/PvdA. Passend bij mijn opvoeding was ik links, tegen kernwapens, en ik was nog maar net mijn eigen politieke positie aan het bepalen. Die demonstratie werd een kantelpunt. Want het was daar dat ik voor het eerst Bots hoorde spelen, met een lied dat later kennelijk tot het lijflied van de SP en van iedere vakbondsactie, staking, of andere vergelijkbare activiteit uitgroeide: Zeven dagen lang.

Wat zullen we drinken, zeven dagen lang?

De tekst van het lied is op een melodie gezet van een Bretons drinklied, maar in de Botsversie verandert het al snel van een drinklied in iets heel anders. Ik verwijs naar de link voor de hele tekst, samenvattend komt deze neer op:

  1. Wat zullen we drinken? Zeven dagen lang. Er is genoeg voor iedereen.
  2. Eerst moeten we werken. Zeven dagen lang. Er is weer genoeg. We werken samen.
  3. Maar eerst moeten we vechten. Niemand weet hoe lang.

In een simpele tekst die makkelijk mee te zingen is op een opzwepende melodie staat hier de blauwdruk van iedere utopische revolutie uitgeschreven. Ik verwijs naar de bekendste: de Franse revolutie, de Russische revolutie, de culturele revolutie van Mao, de MAGA revolutie. En in eigen land de beoogde revolutie van Forum voor Democratie bijvoorbeeld.

Eerst wordt een soort utopisch luilekkerland voorgespiegeld. We zullen drinken, er is genoeg voor iedereen, dus sla het vat maar aan. Hoe lang? Zeven dagen.

Dan blijkt er wel nog iets aan vooraf te gaan. We moeten wel werken. Het is immers de revolutie voor de arbeider, de gewone man, de bezorgde burger, het proletariaat. De revolutie draait niet om de adel, de intellectueel, de elite. En hoe lang is dit? Ook al zeven dagen.

Maar dan blijkt er nog een couplet te zijn, en dat citeer ik even volledig:

Eerst moeten we vechten –
Niemand weet hoe lang!
Eerst moeten we vechten
Voor ons belang!

Al van jongs af vroeg ik me af: als dat drinken met iedereen is, en als we werken in het belang van iedereen, met wie gaan we dan precies vechten? Later begon ik me ook af te vragen waarom dit dan geen zeven dagen is, maar “niemand weet hoe lang”.

Ja, er is een echte zorg. Franse burgers, Russische arbeiders, Duitse burgers, bezorgde burgers in Nederland, er is altijd wel een groep waarvan je redelijk objectief kan zeggen: het is niet heel gek dat deze groep teleurgesteld en boos is en zich afkeert van een elite die het veel beter heeft en de macht niet wil delen.

En dan komt een populistische leider met een mooi verhaal. We gaan de elite bestrijden, Amerika weer groot maken, Duitsland weer groot maken, Iran weer religieus maken, de koopkracht verbeteren (ja, Nederlandse populisten hebben iets kneuterigs). Hier hebben we het eerste couplet.

Vervolgens wordt niet gepraat over oplossingen en er wordt al helemaal niet toegewerkt naar oplossingen. Nee, er moet gewerkt worden aan de revolutie, de beweging, de verandering. En daarin herkennen we ook wie precies de doelgroep is, de werkers. Tweede couplet.

Maar zover komt het nooit. Er zijn permanente revoluties, de swamp wordt aan een stuk door gedrained. De vijanden van de revoluties, de buitenlandse agitators, de enemy within, of in Nederland de kamerleden van D66, zorgen er voor dat de utopie van de grote leider nooit bereikt wordt. Als in Nederland het PVV-kabinet, bestaande uit PVV en vazalpartijen van de PVV, valt, heeft het niet alleen volmaakt niets bereikt, het wijst alle eigen verantwoordelijkheid af met een “ze gaven ons de kans niet”. Dit is het derde couplet.

Er is helemaal geen paradijselijk einddoel. Hoe de revolutie ook begint, wat haar optimistische verhaal ook is, zij wordt onmiddellijk overgenomen door de Robespierres van hun tijd. Het eerste couplet is de mythe, het tweede couplet de selectie, het derde couplet is het werkelijke doel. La Terreur is het middel om een nieuwe macht te consolideren nadat de revolutie de oude macht heeft verwijderd, want in het machtsvacuüm na een revolutie wint niet de meest idealistische, maar de meest meedogenloze. Het volk, dat uit het tweede couplet, was slechts de knokploeg om de nieuwe macht te vestigen. En de terreur houdt het volk, het hele volk, onder de duim.

Niemand weet hoe lang? Jawel hoor. We moeten vechten, niet omdat er vijanden zijn die bestreden moeten worden, maar omdat we zelf de vijand zijn. De vijand van de nieuwe macht, van de populistische leider die het populus, het volk, haat en vreest. Door ze een onafgebroken strijd te geven worden zij onder de duim gehouden.

Het eerlijke verhaal over revoluties werd uitstekend beschreven in Animal Farm; er zijn studies naar verricht en er zijn patronen bloot gelegd. En Bots, zonder het zelf helemaal door te hebben wellicht, beschreef het feilloos in hun strijdlied. George Orwell schreef overigens twee boeken die onlosmakelijk bij elkaar horen. Animal Farm beschrijft de dynamiek van de revolutie, 1984 beschrijft de consolidatie van de macht erna.

De les van Bots: weest Antirevolutionair

Die ontmoeting met de tekst van een strijdlied van Bots, toen ik 12 was, heeft mijn politieke positie vrij radicaal om doen slaan. Van behoorlijk extreem links naar antirevolutionair. Niet omdat ik de morele basis waaruit revoluties ontstaan misken. Maar omdat ik in dat lied voor het eerst hoorde wat ik sindsdien zo vaak bevestigd heb gezien uit de geschiedenissen van zovele revoluties. Steeds opnieuw populisme, structureel geen oplossingen, en telkens weer geweld als sluitstuk.

Een niet aflatende strijd zonder doel, anders dan het doel bloed te laten vloeien tot in eeuwigheid.