Auteur: A.B.M. van Kempen

  • Opkomst en ondergang van CSRD

    In de afgelopen maanden was CSRD nogal een onderwerp. De accountants gingen daar weer plezier in hun werk krijgen, we hadden weer purpose en oh ja, we gingen er ook meer werk aan hebben dan dat we mensen hadden.

    Discussies werden gevoerd over de vraag of alleen accountants CSRD rapportages mochten certificeren, danwel dat ook anderen tot deze potentieel zeer lucratieve markt toegelaten zouden worden.

    De Autoriteit Financiële Markten maakte zich druk over de wijze waarop uitgevende instellingen met CSRD omgingen, zeker omdat de Nederlandse regering niet bepaald haast maakte om CSRD om te zetten in Nederlandse wetgeving.

    En ook de NBA meldde zich. De overheid moest chaos voorkomen, want straks had iedereen wel netjes CSRD toegepast, maar was het nog geen wet. Of juist niet toegepast en toch wet. Of, of, nou ja, chaos. Moeten we niet hebben.

    En daar was ineens Omnibus. CSRD werd in het kader van de Europese concurrentiepositie in de wereld stevig gekortwiekt. Pijnlijk voor iedereen die er ziel, zaligheid, en omzetverwachtingen in had gelegd.

    Maar is er reden voor veel verdriet? Ik wijs er op dat:

    1. Accountants hebben niet als taak het klimaat te redden, of enig ander doel te bevorderen dat onder CSRD valt te vatten. Accountants zijn in de wereld om informatiesystemen op te zetten en mede vorm te geven, teneinde betrouwbare informatie te produceren, deze in betrouwbare en vergelijkbare verantwoordingen te vatten of dergelijke verantwoordingen te certificeren. Heel nuttig werk, maar enige bescheidenheid is wel goed.
    2. Financieel verantwoordingen vorm kregen en gecertificeerd werden, lang, heel lang, voordat de wetgever zich daar mee bemoeide. Het waren kapitaalverstrekkers, uitgevende instellingen en accountants die dat hele stelsel hebben opgezet en uitgebouwd. Later ging de wetgever dat reguleren, vervolgens werd het accountantsberoep van een wettelijke basis voorzien en tenslotte kwam daar vrij recent nog wettelijk toezicht bij. Is er een reden waarom het met duurzaamheidsverslaggeving anders moet gaan? Welnee!

    Kortom, als de markt het wil, komt die verslaggeving er. Het is eerlijk gezegd eerder zorgwekkend dat men in zak en as is omdat de overheid geen leidende rol pakt. De overheid moet regelen en borgen, maar het is niet primair de taak van de overheid om het werk van de markt voor te zijn.

  • De stochastische papegaai

    Sinds vrij kort is AI het buzzword, en die fase lijkt zelfs al weer gepasseerd. Hoewel onderzoek naar AI al redelijk oud is, heeft het lange tijd het brede publiek alleen bereikt in de vorm van science fiction. Maar sinds OpenAI met haar large language model kwam, is ineens iedereen deskundig.

    Een vraag die daarbij vaak aan de orde komt is natuurlijk of deze AI wel echt intelligent is. Om die vraag te kunnen beantwoorden zou je verwachten dat men eerst een goede definitie geeft van intelligentie. Immers, hoe kan je iets intelligents zeggen over de intelligentie van kunstmatige intelligentie als je niet weet wat intelligentie is? Aan het woordenboek hebben we dan vrij weinig: verstandelijk vermogen, en kunstmatige intelligentie is volgens datzelfde woordenboek het nabootsen van menselijk denken. ja toedels, wat is denken dan?

    Wat mij al een tijdje opvalt is dat mensen “intelligentie” de facto lijken te definiëren als “dat wat mensen wel kunnen en machines niet”. En heel gek, maar met die definitie blijken machines nou nooit echt intelligent te worden.

    Sinds OpenAI is de term stochastische papegaai redelijk populair geworden. Het suggereert dat wat modellen als ChatGPT en CoPilot doen niks met intelligentie te maken heeft, maar uitsluitend op basis van statistiek woorden napraten is.

    Ik zal die analyse niet weerspreken. Maar ik heb wel een tegenvraag: wat doen mensen dan precies méér?

  • Hallo Pieter!

    Toen ik ZZP-er was had ik een blog. Vervolgens ging ik in loondienst en was ik wel even uitgeblogd. Maar recent zei Pieter de Kok dat ik toch eigenlijk dringend weer moest gaan schrijven. Zijn suggestie was een website “Arnout.com” maar dat vond ik wat ongemakkelijk.

    Maar ja, hoe noem je dat dan? Uiteindelijk leek me een lekker pretentieuze en nietszeggende titel nog wel het mooiste. My Essays, ofwel gewoon: ik schrijf wat ik schrijf.

    Waar gaat het over gaan? Voorlopig zie ik twee hoofdonderwerpen voor me. De ene gaat over de dingen waar Pieter graag wil dat ik over schrijf: accountancy.

    Maar ik ga nu ook eindelijk eens werk maken van een ander onderwerp waar ik al jaren mee rondloop. De narratieve aap. Dat onderwerp kwam weer naar voren toen ik in gesprek was met mijn petekind Remco van Mulligen, theoloog, journalist en remonstrants dominee in opleiding. We spraken over de historische werkelijkheid van de Opstanding en daar bracht ik ter sprake dat historiciteit in mijn verstaan van de wereld een zinloos begrip is. Wat waarheid is, is wat wij vertellen. De mens is een diersoort, een aap, die de werkelijkheid schept door verhalen te vertellen. Ik doop ons daarom maar tot Narratieve Aap.

    Wie mij wil volgen kan zich abonneren, als het goed is. Dan krijg je een berichtje van WordPress zodra ik weer iets geschreven heb, als het goed is. Of het echt goed is, geen idee.

    Als je plaatjes, kleurtjes of discussie wil, zit je aan het verkeerde adres overigens. Dit wordt een heel saaie site. Laat je fantasie het werk doen.