Auteur: A.B.M. van Kempen

  • De wereld van PacMan

    Het is geen al te origineel beeld, maar probeer het toch even je in te leven: stel je voor dat jij PacMan bent. Je weet wel, dat gele figuurtje dat door een van de oudste computerspellen door een doolhof rent om punten te eten. Je wordt achtervolgd door vier spookjes en als ze bij je komen ben je dood. Maar als je een grote punt eet, worden de spookjes tijdelijk blauw en kan jij de spookjes eten. Mijn generatie speelde het spel in speelhallen, bij de frietboer, en op de Atari thuis.

    Maar laten we nu eens wat vragen stellen over jouw wereld, als PacMan. Zijn de spookjes “echt”? Ben jijzelf “echt”? En wat neem je precies waar van de computer waarin je bestaat? En van de speler die jou bestuurt? Ervaar je dat je bestuurt wordt, of voelt het als een vrije wil?

    Arthur Schopenhauer zou je kunnen uitleggen dat de ervaring van een vrije wil allerminst betekent dat je echt een vrije wil hebt. Omgekeerd kan je dan ook concluderen dat hoewel wij donders goed weten dat PacMan geen vrije wil heeft, hij doet immers gewoon wat de speler beslist, PacMan best kan ervaren dat hij een vrije wil heeft. Daarmee hebben we een vrij smalle, maar ook best rationeel houdbare, basis om te stellen dat la condition PacMaine en la condition humaine helemaal niet zoveel verschillen.

    Valt daar iets tegenin te brengen? Vanzelfsprekend. PacMan kan niet waarnemen, heeft geen zelfbewustzijn, mist intelligentie. En dat hebben mensen allemaal wel. Maar is dat wel zo? Wie het spel wel eens gespeeld heeft moet toch hebben gezien dat PacMan reageert op zijn omgeving, emoties zoals angst en verdriet toont, en inspeelt op de acties van de spookjes. Dat is behoorlijk menselijk. Ja, maar, dat is de speler! Dat is niet PacMan zelf!

    Fair punt. Net zo fair als het punt van Arthur Schopenhauer dat wij mensen niet doen wat we zelf willen, maar slechts handelen naar de onderliggende wereldwil. Je zou kunnen zeggen, de speler. En daarmee wordt het toch een beetje lastiger om te beweren dat PacMan en de mens elkaar enorm ontlopen.

    Je zou nu in de verleiding kunnen komen om allerlei parallellen te gaan benoemen. Is de speler in mijn beeld misschien God? En de spookjes, zijn zij de mensvijandige natuur? Leuk en aardig, maar niet zo interessant. Het gaat er niet om een model te verzinnen dat parallellen kan benoemen zonder iets te verklaren of met een nieuwe conclusie te komen.

    Nee, ik wil nog een stapje verder zetten. Probeer je eens voor te stellen dat we abstraheren van de speler. PacMan heeft geen weet van een speler, voor PacMan heeft de speler geen relevantie. En ook het bestaan van een computer, van een wereld buiten die computer, van het bestaan van wat wij materie zouden noemen zelfs, heeft PacMan geen weet.

    En stel je nu eens voor dat PacMan, op welke manier dan ook, leert programmeren. Het spel PacMan werd oorspronkelijk geschreven op een Z80 processor, een behoorlijk krachtige 8-bits processor. Het spel beschikte in de originele versie over een kleurenscherm, een vrij beperkt intern geheugen en wat aanvullende electronica. Dat betekent dat er restricties zijn aan wat je kan programmeren. Zo zou je het doolhof anders kunnen maken, de spookjes ander gedrag kunnen geven, maar ook een compleet nieuwe wereld kunnen programmeren voor PacMan.

    Maar je kan op de hardware die voor PacMan beschikbaar is niet zoiets maken als pakweg Fortnite. Een open wereld vol karakters met ieder een eigen speler, met vele NPC‘s, gebouwen, grondstoffen, bouwmogelijkheden en alles in 3D, dat kan de electronica van PacMan gewoon niet aan.

    Let op, wellicht ben je in je denken, al lezende, overgestapt naar denken over een programmeur, een mens, een speler desnoods. Maar wat ik zei was, stel je nu eens voor dat PacMan leert programmeren.

    Hoe zou een wereld voor PacMan er uit zien als hij zelf zou kunnen programmeren? Geen idee, want ik weet niet wat PacMan denkt. Maar het gaat me om het concept. Hoe programmeert PacMan? Daar kom ik nog op. Maar voor dit moment is het goed om een aantal zaken vast te stellen:

    1. Ook als programmeur is PacMan niet almachtig of onbeperkt in zijn mogelijkheden. De hardware waar hij op programmeert, de materiële wereld dus die voor PacMan zelf niet bestaat of niet van reële betekenis is, legt beperkingen op aan wat geprogrammeerd kan worden. Dat wat wij de fysieke wereld noemen is voor PacMan juist de wereld buiten zijn fysieke wereld. Je zou het de metafysica van PacMan kunnen noemen. Onbekend en onbereikbaar voor PacMan maar desalniettemin van fundamentele betekenis voor de mogelijkheden voor PacMan om zijn fysieke wereld te programmeren.
    2. Hoewel PacMan een vrije wil kan ervaren, heeft hij die niet. Zoals wij een onvrije wil hebben, naar de wijze van Schopenhauer, heeft PacMan een speler, die zijn wil vormt en hem stuurt.
    3. PacMan begint in een bestaande wereld die hem gegeven is, met een realiteit waarin grondstoffen schaars zijn en spoken zijn leven bedreigen. Hij heeft emoties en intelligentie in die wereld die hij vooral nodig heeft om zijn leven te redden. Het programmeren van die wereld zal onder die omstandigheden vooralsnog bijzaak zijn.

    Ik hoop dat dit beeld aanvaardbaar is. Het is mogelijk, en zelfs vrij eenvoudig, om gaten in dit beeld te schieten. Er is inderdaad van alles op aan te merken, maar dat is niet relevant. Ik poneer immers geen stelling, verkondig geen overtuiging en voer geen discussie. Het gaat er niet om of ik gelijk heb, het gaat er om een fundamentele gedachte te verwoorden die ik later zal uitwerken, als ik de vraag beantwoord hoe programmeert PacMan de wereld van PacMan?

  • Opkomst en ondergang van CSRD

    In de afgelopen maanden was CSRD nogal een onderwerp. De accountants gingen daar weer plezier in hun werk krijgen, we hadden weer purpose en oh ja, we gingen er ook meer werk aan hebben dan dat we mensen hadden.

    Discussies werden gevoerd over de vraag of alleen accountants CSRD rapportages mochten certificeren, danwel dat ook anderen tot deze potentieel zeer lucratieve markt toegelaten zouden worden.

    De Autoriteit Financiële Markten maakte zich druk over de wijze waarop uitgevende instellingen met CSRD omgingen, zeker omdat de Nederlandse regering niet bepaald haast maakte om CSRD om te zetten in Nederlandse wetgeving.

    En ook de NBA meldde zich. De overheid moest chaos voorkomen, want straks had iedereen wel netjes CSRD toegepast, maar was het nog geen wet. Of juist niet toegepast en toch wet. Of, of, nou ja, chaos. Moeten we niet hebben.

    En daar was ineens Omnibus. CSRD werd in het kader van de Europese concurrentiepositie in de wereld stevig gekortwiekt. Pijnlijk voor iedereen die er ziel, zaligheid, en omzetverwachtingen in had gelegd.

    Maar is er reden voor veel verdriet? Ik wijs er op dat:

    1. Accountants hebben niet als taak het klimaat te redden, of enig ander doel te bevorderen dat onder CSRD valt te vatten. Accountants zijn in de wereld om informatiesystemen op te zetten en mede vorm te geven, teneinde betrouwbare informatie te produceren, deze in betrouwbare en vergelijkbare verantwoordingen te vatten of dergelijke verantwoordingen te certificeren. Heel nuttig werk, maar enige bescheidenheid is wel goed.
    2. Financieel verantwoordingen vorm kregen en gecertificeerd werden, lang, heel lang, voordat de wetgever zich daar mee bemoeide. Het waren kapitaalverstrekkers, uitgevende instellingen en accountants die dat hele stelsel hebben opgezet en uitgebouwd. Later ging de wetgever dat reguleren, vervolgens werd het accountantsberoep van een wettelijke basis voorzien en tenslotte kwam daar vrij recent nog wettelijk toezicht bij. Is er een reden waarom het met duurzaamheidsverslaggeving anders moet gaan? Welnee!

    Kortom, als de markt het wil, komt die verslaggeving er. Het is eerlijk gezegd eerder zorgwekkend dat men in zak en as is omdat de overheid geen leidende rol pakt. De overheid moet regelen en borgen, maar het is niet primair de taak van de overheid om het werk van de markt voor te zijn.

  • De stochastische papegaai

    Sinds vrij kort is AI het buzzword, en die fase lijkt zelfs al weer gepasseerd. Hoewel onderzoek naar AI al redelijk oud is, heeft het lange tijd het brede publiek alleen bereikt in de vorm van science fiction. Maar sinds OpenAI met haar large language model kwam, is ineens iedereen deskundig.

    Een vraag die daarbij vaak aan de orde komt is natuurlijk of deze AI wel echt intelligent is. Om die vraag te kunnen beantwoorden zou je verwachten dat men eerst een goede definitie geeft van intelligentie. Immers, hoe kan je iets intelligents zeggen over de intelligentie van kunstmatige intelligentie als je niet weet wat intelligentie is? Aan het woordenboek hebben we dan vrij weinig: verstandelijk vermogen, en kunstmatige intelligentie is volgens datzelfde woordenboek het nabootsen van menselijk denken. ja toedels, wat is denken dan?

    Wat mij al een tijdje opvalt is dat mensen “intelligentie” de facto lijken te definiëren als “dat wat mensen wel kunnen en machines niet”. En heel gek, maar met die definitie blijken machines nou nooit echt intelligent te worden.

    Sinds OpenAI is de term stochastische papegaai redelijk populair geworden. Het suggereert dat wat modellen als ChatGPT en CoPilot doen niks met intelligentie te maken heeft, maar uitsluitend op basis van statistiek woorden napraten is.

    Ik zal die analyse niet weerspreken. Maar ik heb wel een tegenvraag: wat doen mensen dan precies méér?

  • Hallo Pieter!

    Toen ik ZZP-er was had ik een blog. Vervolgens ging ik in loondienst en was ik wel even uitgeblogd. Maar recent zei Pieter de Kok dat ik toch eigenlijk dringend weer moest gaan schrijven. Zijn suggestie was een website “Arnout.com” maar dat vond ik wat ongemakkelijk.

    Maar ja, hoe noem je dat dan? Uiteindelijk leek me een lekker pretentieuze en nietszeggende titel nog wel het mooiste. My Essays, ofwel gewoon: ik schrijf wat ik schrijf.

    Waar gaat het over gaan? Voorlopig zie ik twee hoofdonderwerpen voor me. De ene gaat over de dingen waar Pieter graag wil dat ik over schrijf: accountancy.

    Maar ik ga nu ook eindelijk eens werk maken van een ander onderwerp waar ik al jaren mee rondloop. De narratieve aap. Dat onderwerp kwam weer naar voren toen ik in gesprek was met mijn petekind Remco van Mulligen, theoloog, journalist en remonstrants dominee in opleiding. We spraken over de historische werkelijkheid van de Opstanding en daar bracht ik ter sprake dat historiciteit in mijn verstaan van de wereld een zinloos begrip is. Wat waarheid is, is wat wij vertellen. De mens is een diersoort, een aap, die de werkelijkheid schept door verhalen te vertellen. Ik doop ons daarom maar tot Narratieve Aap.

    Wie mij wil volgen kan zich abonneren, als het goed is. Dan krijg je een berichtje van WordPress zodra ik weer iets geschreven heb, als het goed is. Of het echt goed is, geen idee.

    Als je plaatjes, kleurtjes of discussie wil, zit je aan het verkeerde adres overigens. Dit wordt een heel saaie site. Laat je fantasie het werk doen.