PacMan dient natuurlijk slechts als een hulpmiddel om te denken over wat de mens is. Is het een erg goed model? Dat hangt er maar helemaal vanaf wat je precies wil modelleren. Het doel van een model kan vanalles zijn, in dit geval gaat het om een analoog model dat dient om iets over de mens te beschrijven dat op zichzelf al niet helemaal sluitend is. En dan druk ik me nog mild uit.
Ik ben geen wetenschapper, geen filosoof en geen theoloog, psycholoog, socioloog of bioloog. Hooguit ben ik een amateur met interesse en een notie die ik probeer te verwoorden. Als iemand de moeite neemt me uit te leggen waar de gaten, inconsistenties of klinklare onzin in die notie dan ben ik daar dankbaar voor. Het is allerminst mijn doel enige waarheid te verkondigen of iemand ergens van te overtuigen.
Met die disclaimer op zak, terug naar het model. De analogie tussen de mens en PacMan zit in een aantal zaken:
- wij leven in een wereld, of universum, die/dat we ervaren als een gesloten systeem waarbinnen regels gelden die onveranderbaar zijn en waarbinnen objecten en materialen gemanipuleerd kunnen worden om die wereld vorm te geven.
- wij ervaren een vrije wil, hoewel bewijsbaar is dat die ervaring op zichzelf het bestaan van een vrije wil niet aantoont.
- onze waarneming van de werkelijkheid is volledig gebaseerd op de input van data. Het is theoretisch prima voorstelbaar dat onze waarneming zoals we die in ons brein registreren compleet los staat van enige werkelijkheid buiten ons.
- als de data-input die wij registreren als waarneming van de werkelijkheid buiten ons afkomstig is van een bron die ons een niet bestaande werkelijkheid voorschotelt, bij PacMan “de computer”, dan hebben wij per definitie geen enkele mogelijkheid het bestaan van die bron waar te nemen.
Dat laatste punt is een logische kwestie. Als onze waarneming van de wereld om ons heen, dat wat we de fysieke wereld noemen, gebaseerd is op iets anders dan de fysieke werkelijkheid dan is die bron zelf dus geen onderdeel van de fysieke wereld die wij waarnemen. Als iets geen deel is van de wereld die wij waarnemen, kunnen we die dus niet waarnemen. Konden we die immers wel waarnemen, dan was ze deel van de fysieke werkelijkheid. Voor een dergelijke bron hebben we wel een term: metafysica.
De filosoof Immanuel Kant beargumenteert in zijn Kritik der eigen Vernunft, de kritiek van de zuiver rede, op nogal overtuigende wijze dat de metafysica zich bezig houdt met zaken die ofwel niet bestaan, ofwel niet relevant zijn. Hij doet dat zeer gedetailleerd en grondig, maar een vrij grof korte samenvatting komt ongeveer neer op: als een verschijnsel metafysisch is, en niet fysisch, dan kunnen wij het niet waarnemen. Alles wat enige invloed heeft op de fysische wereld kunnen wij waarnemen, al was het maar indirect door die invloed waar te nemen. Daaruit volgt dat een zuiver metafysisch verschijnsel ofwel niet bestaat, ofwel voor ons geen enkele relevantie heeft.
Maar Kant doet nog meer. Hij brengt een filosofische scheiding aan tussen de werkelijkheid zoals die echt is, dat hij het Ding an sich noemt en de werkelijkheid zoals we die waarnemen, het Ding für mich. Het Ding an sich kunnen we nooit kennen omdat kennis over de wereld om ons heen via de zintuigen en de vooraf aanwezige categorieën in onze geest tot ons komt. Kant wijst metafysische werkelijkheden dus beargumenteerd af en stelt dat metafysische kennis over de werkelijkheid van fenomenen, dus kennis over het Ding an sich, onmogelijk is.
Overigens komt dit denken niet uit de lucht vallen bij Kant. Zekere overeenkomsten zijn voor katholieken bijvoorbeeld te herkennen uit de leer van de transsubstantiatie waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de essentie van brood en vlees versus de accidenten van brood en vlees. In de leer van de transsubstantiatie wordt aangeduid hoe we kunnen begrijpen dat het brood in de Eucharistie verandert in het lichaam van Christus, en dus in vlees, terwijl we op geen enkele manier het verschil kunnen waarnemen. Thomas van Aquino zou dat uitleggen als dat de essentie verandert (de “brood-heid” verandert in “vlees-heid”) terwijl de accidenten (de brood-smaak, -geur, -textuur, etc) hetzelfde blijven. Kant, zou hij katholiek zijn geweest, had het wellicht uitgelegd als dat het Ding für mich wel hetzelfde blijft, maar het Ding an sich verandert.
Valt hier aan te ontkomen? Kant weerspreken is zacht gezegd nogal pretentieus, zo lijkt het. Schopenhauer doet dat toch. Nu valt vrij probleemloos aan te tonen dat Schopenhauer pretentieuze trekjes had, maar dat mag de pret niet drukken. In Die Welt als Wille und Vorstellung, De wereld als wil en voorstelling, geeft Schopenhauer
Schopenhauer volgt dus in beginsel de verdeling van Kant in de wereld der dingen zoals ze zijn en de wereld der dingen zoals wij ze waarnemen. Het Ding für mich komt bij Schopenhauer terecht in de Wereld als Voorstelling. Vervolgens maakt hij echter een fascinerende denksprong. De wereld van het Ding an sich, dus de wereld van de dingen zoals ze zijn, plaats hij in de Wereld van de Wil. Dat zou een taalspelletje kunnen zijn, als hij niet vervolgens aantoont dat we de Wil wel degelijk kunnen waarnemen. Het is de illusie van de vrije wil, die wij ervaren als we ons lichaam bewegen, die onze directe waarneming van de Wil oplevert. Vanuit dat startpunt vormt Schopenhauer een weg naar de kenbaarheid van de “echte” werkelijkheid.
Schopenhauer heeft daar vervolgens overigens geen al te vrolijk verhaal bij. De Wil, waarvan we dus slechts een klein deeltje in onszelf waarnemen en die we ervaren alsof deze vrij is en als het ware ons eigendom, beheerst alles. Om de analogie met PacMan er weer bij te pakken: niet alleen is PacMan gebonden aan de wil van de speler, ook al ervaart PacMan wellicht een vrije wil. Nee, de hele wereld van PacMan is uiteindelijk onderworpen aan de wil van de speler, of zo van de speler en de programmeur wellicht. PacMan kan daar een vermoeden van hebben zodra hij zich realiseert dat hij zelf een Wil gehoorzaamt, op dezelfde wijze als mensen zich in het denken van Schopenhauer het bestaan van de Wil kunnen realiseren als ze zich realiseren dat hun lichaam een Wil gehoorzaamt.
Waarom is het niet zo vrolijk? Schopenhauer ziet de Wil als iets dat blind is en richtingloos, en dat de mens daarom doet lijden. De analogie met PacMan is niet 100% maar laat zich wel raden.
Hoewel Schopenhauer hiermee met een filosofie over de werkelijkheid komt die ons meer toegang geeft tot de wereld zoals deze is dan Kant, kan je daar nog steeds niet zoveel mee. Dat komt met de volgende stap die Schopenhauer zet in zijn denken: de kunst
Schopenhauer betoogt dat we als mens kunnen ontsnappen aan de wereld zoals we die ervaren en directer toegang krijgen tot de wereld zoals die is. De argumentatie daarvoor is uitgebreid en zal ik niet trachten samen te vatten, maar wel moet nog op een specifieke kunstvorm worden gewezen.
Schopenhauer ziet de waarde van kunst met name in de specifieke vorm van afbeelden die nadere toegang geeft tot de werkelijkheid zoals die echt is dan de directe waarneming van die werkelijkheid. Maar er is één kunstvorm die geen enkele afbeelding van enige werkelijkheid geeft, muziek.
Juist doordat muziek geen afbeelding van de werkelijkheid is, geeft het volgens Schopenhauer de hoogste vorm van toegang tot de werkelijkheid zoals die is, tot de Wil.