Tag: Werkelijkheid

  • Bestaat gerechtigheid?

    De Engelse schrijver Terry Pratchett schreef:

    Take the universe and grind it down to the finest powder and sieve it through the finest sieve and then show me one atom of justice, one molecule of mercy. and yet… and yet you act as if there is some ideal order in the world, as if there is some… some rightness in the universe by which it may be judged.

    De context van dit citaat is een bespreking van de vraag waarom mensen fantasie nodig hebben, waarom we in die fantasie geloven.

    Het roept een essentiële vraag op over wat “echt” is, wat “bestaat”. Immers, er zijn zaken waarvan we vrij snel zullen zeggen dat het bestaat en echt is, maar wat tegelijk geen fysieke vorm heeft. Gerechtigheid. Democratie. Liefde. Schoonheid. En natuurlijk ook hun tegenhangers als onrecht, dictatuur, haat, lelijkheid.

    Een aardige case study ontwikkelt zich op dit moment in de Verenigde Staten. Vele tientallen jaren was de democratie daar een feit. De hele staatsinrichting hing van de checks and balances aan elkaar, de drie machten waren keurig gescheiden en hielden elkaar in evenwicht. Het leek een staatsbestel dat deugde. Natuurlijk was er wel eens wat kritiek of verwondering vanuit mensen die bijvoorbeeld meenden dat de staten een soort provincies zijn en het dan vreemd vonden dat je president kan worden met een minderheid van de uitgebrachte stemmen, de popular vote. Het bestaan van een Electoral College, een evenredige vertegenwoordiging in het Huis, een vertegenwoordiging per staat in de Senaat, dat is allemaal prima te begrijpen voor een land dat recht wil doen aan de wil van het volk en aan de zelfstandigheid van de 50 staten. Voeg daar nog een Hooggerechtshof en een stevige Grondwet aan toe, en je hebt een behoorlijk perfecte democratische rechtsstaat.

    Maar is dat wel zo? Zeker de huidige president, Donald J. Trump, maakt heel zichtbaar dat dat systeem waarvan we lang dachten dat het echt bestond, dat het een soort onwankelbare waarheid was, slechts bestaat voor zover voldoende mensen er in geloven. Als je als president de leden van het Hooggerechtshof benoemt, je de betrekkelijk onafhankelijke positie van ministeries als het DOJ dienstbaar kan maken aan jezelf, maar vooral als je de beide huizen van het Congres kan veranderen van wetgever en controleur van de uitvoerende macht naar verlengstuk van je persoon, althans voor zover de leden lid zijn van je eigen partij, dan blijft er van die democratische rechtsstaat ineens heel wat minder over. Hoe zich dat in Amerika gaat ontwikkelen zullen we wel zien. Wat ik vooral interessant vind is te constateren dat de werking en zelfs het feitelijke bestaan van dat hele systeem niet afhankelijk is van zichzelf. Het is geen bouwwerk gefundeerd in een objectieve werkelijkheid. De Amerikaanse democratische rechtsstaat met liberty and justice for all is niet een feit dat in de pledge of allegiance wordt benoemd, het is het resultaat van die pledge of allegiance. Natuurlijk niet uitsluitend, maar wel heel zichtbaar. Als de overgrote meerderheid van de Amerikaanse kiesgerechtigde burgers is opgegroeid met het regelmatig reciteren van die pledge, dan heeft dat effect op het denken. De huidige pledge is sinds 1954:

    I pledge allegiance to the Flag of the United States of America, and to the Republic for which it stands, one nation under God, indivisible, with liberty and justice for all.

    De tekst was daarvoor anders, maar al sinds 1892 worden vergelijkbare teksten gebruikt om Amerikaanse kinderen patriotisme bij te brengen. Aangevuld met krachtige symbolen, zoals de vlag, maar bijvoorbeeld ook het Vrijheidsbeeld, en met inhoudelijke opvoeding, scholing of zo je wil indoctrinatie, wordt aan Amerikaanse burgers een visie bijgebracht over de grootsheid van Amerika, maar ook over de grootsheid en de onaantastbaarheid van de politieke instituties.

    Die indoctrinatie is zo overweldigend sterk dat het voor Amerikanen kennelijk behoorlijk schokkend of zelfs ondenkbaar is, te reflecteren op de vraag of Amerika The Greatest Country in The World is. De video waar ik hier naar verwijs is natuurlijk bewust opgezet om die schok over te brengen, maar iedereen die wel eens online heeft meegelezen met discussies waarin Amerikanen deelnamen, zal het beeld herkennen. Amerika is gewoon het enige land met vrijheid, democratie, gerechtigheid, en ga zo maar door. Althans, als je naar al die amerikanen online luistert.

    Mijn punt is niet kritiek te leveren op die visie. Mijn punt is veeleer als zeer sterk vermoeden te formuleren dat wat voor niet-amerikanen wat neigt naar grootheidswaanzin en ietwat koddig aandoet, wel de basis is voor het bestaan van die democratische rechtsstaat waar ik het net over had. Zolang Amerikanen massaal geloofden in hun systeem, werkte het. Zodra Amerikanen massaal gaan twijfelen aan datzelfde systeem, stort het kaartenhuis in elkaar. Het is wat Benedict Anderson beschrijft als imagined communities:een natie is geen objectief bestaand iets dat bevolkt wordt door mensen. Het is een gemeenschap van mensen die samen in hetzelfde verhaal geloven. Het doet er daarbij niet toe dat die mensen elkaar nooit gezien hebben, enorm verschillend zijn, zelfs verschillende talen spreken. Zolang ze maar hetzelfde verhaal met elkaar delen over wie zij, als gemeenschap, zijn.

    En als die analyse klopt, dan kunnen we twee zaken constateren. Ten eerste, dat een werkelijk bestaand systeem, bestaat omdat mensen geloven dat het bestaat, omdat ze elkaar leren dat het bestaat, omdat ze elkaar keer op keer vertellen dat het bestaat, omdat ze elkaar keer op keer bevestigen dat het bestaat. En ten tweede, dat datzelfde systeem ophoudt te bestaan naarmate meer mensen niet meer geloven dat het bestaat.

    In Amerika zie je daarbij een buitengewoon boeiende en relevante ontwikkeling. Mensen die niet meer geloven dat het systeem bestaat, maar tegelijk hun opvoeding en indoctrinatie niet los kunnen laten. Wat je dan krijgt is het verhaal dat het systeem wel bestaat maar kapot is. The system is rigged. Het interessante van dat verhaal is dat het heel snel een self fulfilling prophecy wordt. De aanval op het systeem zorgt dat je verkozen wordt, en naarmate je succesvoller bent in het vernietigen van het systeem krijg je van je kiezers alleen maar meer gelijk. Relevant is daarbij dat het geen strijd tussen waarheid en onwaarheid, tussen goed en fout, tussen “bestaandheden” is, maar een strijd tussen twee verhalen.

    Ga maar na bij jezelf. Wat weet je echt over wat gaande is in Amerika? Als je er een mening over hebt, op welke zelf waargenomen, of zelf gecontroleerde objectieve feiten baseer je die? Je hebt een mening, of een overtuiging over wat de waarheid is, gebaseerd op verhalen die je hoort. En wat je ook doet om jezelf te vertellen dat het verhaal dat jij als waarheid ziet echt waar is, je ontkomt er niet aan dat het een verhaal is, onderbouwd met verhalen.

    De positie van Pratchett is daarmee relevant. Gerechtigheid zal je niet vinden in de atomen en moleculen van het universum. Als je meent dat “bestaan” daar van afhankelijk is, dan bestaat gerechtigheid niet. En de democratische rechtsstaat ook niet. Maar bijvoorbeeld dictatuur evenmin. Pratchett heeft gelijk, mensen doen alsof er een ideale orde in het universum is. Als mensen handelen we alsof er een waarheid, een werkelijkheid is, die de atomen en moleculen overstijgt. En het bijzondere is, dat die werkelijkheid er inderdaad is. Maar uitsluitend zolang en voor zover we daar massaal genoeg in geloven. Pratchett beweert dat mensen moeten fantaseren om te kunnen leven alsof die zaken waar zijn. Ik zou een stapje verder willen gaan. Die dingen zijn werkelijk waar, niet in onze fantasie, maar dankzij onze fantasie, onze verhalen.

    Durkheim, een van de grondleggers van de sociologie stelde dat normen, wetten en instituties geen persoonlijke meningen zijn, maar sociale feiten die ons gedrag beïnvloeden alsof ze objecten zijn. Ze bestaan niet in de natuur, maar ze werken als krachten in onze cultuur. Hij zegt daarover Les faits sociaux doivent être considérés comme des choses. Ofwel, sociale feiten moeten worden behandeld als dingen. Hij bedoelde daarmee: sociale feiten zoals gerechtigheid, wetgeving of democratie moeten worden beschouwd als objectieve realiteiten, niet omdat ze fysiek tastbaar zijn, maar omdat ze collectief worden geloofd, gedeeld, gehandhaafd. Niet in de natuur, maar in de cultuur. In het hoofd, maar met gevolgen in de wereld.

    Waar we spreken over de werkelijkheid, over het bestaande, het echte, dan gaat dat niet over iets dat buiten onszelf ligt maar over iets dat tussen ons leeft. Onze verhalen zijn geen weergaven van een al dan niet bedachte werkelijkheid, ze zijn onze werkelijkheid.

    Yuval Noah Harari ziet het vertellen van verhalen in deze context als een evolutionaire stap die de mens in de strijd om het bestaan een voorsprong geeft op andere diersoorten. Hij duidt op het unieke gegeven dat wij via taal communiceren over het niet fysiek bestaande: The truly unique feature of our language is not its ability to transmit
    information about men and lions. Rather, it’s the ability to transmit information about things that do not exist at all. As far as we know, only Sapiens can talk about entire kinds of entities that they have never seen, touched or smelled.
    Hij stelt dan ook, met Pratchett, vast dat There are no gods in the universe, no nations, no money, no human rights, no laws, and no justice outside the common imagination of human beings.

    Dat lijkt oppervlakkig wellicht een zwakte, maar Harari stelt feitelijk vast dat dit een enorm evolutionair voordeel is. Hij zegt: het feit dat wij fictie kunnen verzinnen én geloven, stelde ons in staat om in grote groepen samen te werken. Dieren kunnen samenwerken in roedels van een paar dozijn. Mensen in staten van miljoenen. Waarom? Omdat we allemaal kunnen geloven in dingen die niet fysiek bestaan, zoals een vlag, een god, een grondwet, een merk of een munt.

    Het is wel aardig te constateren dat Daniel Dennett, die ook naar de mens keek vanuit een biologische, evolutionaire visie, het verband tussen de evolutie van ons brein en het vertellen van verhalen eveneens legt, maar het aanzienlijk kritischer beschouwt. Met name waar hij filosofeert over het fenomeen religie zegt hij in feite dat ons vermogen verhalen te vertellen, samen met ons vermogen tot patroonherkenning en onze behoefte aan het geven van betekenis aan op zichzelf betekenisloze verschijnselen, allemaal evolutionair nuttige vaardigheden zijn die samen wel tot het verschijnsel religie leiden. En religie beschouwt hij kritisch, en zeker niet als waarheid.

    Overigens is Harari ook kritisch, maar op een subtiel andere manier. Harari waarschuwt niet voor het geloven in iets dat niet waar is, hij erkent immers dat de waarheid ontstaat door het geloof in een verhaal, maar hij waarschuwt er wel voor dat wie het verhaal beheerst, de waarheid beheerst. En dat maakt de cirkel naar de VS onder Trump weer rond. De macht van Trump is voor een aanzienlijk deel gebaseerd op zijn vermogen het verhaal naar zijn hand te zetten.